“Peter, de schapen staan in het gras”
Er was eens een oud vrouwtje dat haar hele leven lang op het platteland gewoond had. Samen met haar man, die boer was, was ze erg gelukkig en ging ze iedere zondag trouw naar de kerk. Op een gegeven moment hoorde het vrouwtje van een Evangelische dienst die zou worden gehouden in de stad, en ze besloot erheen te gaan. Toen ze terug kwam vroeg haar man hoe het geweest was. “Nou..”, zei ze: “Het was leuk hoor! Alleen ze zongen geen Gezangen, maar van die Opgewekte liedjes. Opwekkingsliedjes noemden ze die! Ik weet het weer. Opwekkingsliedjes.” “Oh”, mompelde de boer: “En eeh, wat zijn dat dan? Opwekkingsliedjes?” De vrouw dacht even na, en zei toen: “Nou kijk. Stel je voor dat ik tegen jou zou zeggen: “Peter, de schapen staan in het gras.”, dan zou het Opwekkingsliedje ongeveer zo gaan…” Ze pakte haar gitaar, en begon te spelen en te zingen.
“Peter, Peter o lieve Peter,
de schapen,
de krachtige schapen
de heilige schapen
de gezegende schapen
de zwart-witte schapen
alle schapen staan in het gras
geen enkel schaap uitgezonderd
alle schapen staan in het gras
staan in het gras
in het gráááás
het gras, het gras, het gras
Ja, allemaal
Hallelujah!”
“En als je dat dan 4 keer zingt, ondertussen uit de maat klapt, en de laatste twee regels aan het einde herhaald heb je een Opwekkingsliedje. Heel simpel.” Blij zette ze haar gitaar weer terug in de standaard, en keek ze haar man liefdevol aan. De boer, zichtbaar onder de indruk, wreef zenuwachtig in zijn handen. Stiekem moest hij toegeven dat het best aardig klonk, en dat het liedje met gitaar toch wel aardig in de mond lag. Die avond schreef hij in zijn dagboekje over het liedje dat zijn vrouw had geschreven. En toch, toch vond hij dat liedjes niet met gitaar gezongen mochten worden – en zeker niet in de kerk! Daarom besloot hij de zin die zijn vrouw tot Opwekkingsliedje had omgetoverd te herschrijven en op een Bundel ’38-proof-melodie te zetten (uiteraard op hele noten). Na een uurtje puzzelen had hij het, en trots maakte hij zijn vrouw wakker en begon te zingen – zoals alleen echte Protestanten dat kunnen.
“O Peter, dier’bre Peter, hoor mijn geroep.
Neig uw oor tot de woorden van mijn mond.
Wend uw gehele wonderbare oor tot de zuivere, heerlijke waarheid terstond.
Want wie doorgrondt de weg der dieren?
Bij hen is begrip noch verstand.
Zij koesteren zich in Gods zon of regen
in het zoete, bekoorlijke gras op het land.
Deze mijne schapen hebben met weerspannig behagen
hun ketenen afgeschud, versmaad hun warme stal.
En gedreven door duistere machten die hen schagen
zich tot het gras begeven – o lot, bitter dan gal!
Hef daarom uw hoofd op,
want die dag zal genaken
dat alle schepselen leven in vrede, dan pas
dan pas zal geen dier meer mijn ziel smart’lijk raken
en zie ik geen smaad’lijke schapen meer in het gras.”
Hij knikte tevreden en ging slapen.
Andere posts:
Sneeuw, onderuit gaan en Gods volharding
Think about it!
God slaapt niet

Ik moest echt heel erg hard lachen toen ik dit net las, het is zo herkenbaar!
Het is maar goed dat het uiteindelijk gaat om wat je zegt, en niet hoe je het zegt… en vooral of je het echt meent.
Toch moet ik zeggen dat ik, als ik dit zo lees, ontzettend blij ben met de verschillen tussen mensen, en zelfs de verschillen tussen kerken. Wat zou het leven saai zijn als iedereen altijd hetzelfde dacht!